• 31 oktober 2018

Spiritualiteit binnen Geweldloos/Verbindend Communiceren

Marshall Rosenberg, de ontwikkelaar van dit gedachtegoed, beschrijft in zijn boekje: “ Practical Spirituality”  hoe hij naar spiritualiteit kijkt.

Hij zegt daarin onder meer dit:

“Wij mensen vinden de grootste vreugde in het leven door bij te dragen aan het welzijn van onszelf en dat van anderen” en

“Spiritualiteit en liefde hebben meer te maken met wat we doen dan met we voelen.”

Met beide uitspraken brengt hij voor mij het begrip spiritualiteit naar een aards niveau. Naar onze menselijke werkelijkheid. Naar hanteerbare mogelijkheden.

Zou het kunnen zijn dat spiritualiteit zich kan manifesteren door te beseffen dat wij, en ik bedoel hier alle wezens op aarde, met elkaar verbonden zijn? En mocht het begrip ‘alle wezens’ wat meer omvatten dan jij tot je kan nemen, wil je dan in ieder geval trachten contact te maken met de mogelijkheid dat alle mensen met elkaar verbonden zijn?

Hoezo met elkaar verbonden? Moet je eens kijken wat mensen elkaar aandoen. Noem je dat verbonden zijn? Voor mij bestaat die verbondenheid niet op gedragsniveau. Niet altijd herkenbaar door het individuele gedrag dat mensen laten zien.

Neem nou het feit dat we allemaal uit dezelfde bron zijn voortgekomen, hoe je die bron ook wilt noemen, Big beng, oerknal of God. Beseffen dat als ik mijn lichaam ontleed, ik dezelfde bouwstenen tegen kom van waaruit ook de zon, maan en sterren en planeten zijn opgebouwd. Een fysiek niveau waarop we allemaal hetzelfde zijn.

Een ander niveau van hetzelfde zijn vind ik in onze behoeften. Naast studies van o.a. Maslov (1943) heeft de Chileense wetenschapper Manfred Max Neef uitgebreide studies gedaan naar de behoeften die mensen allen met elkaar delen. Hij verdeelt ze in ‘needs’ en ‘satifyers’ en beide worden in ons taalgebruik benoemt als behoeften. Wij mensen beschikken allemaal over dezelfde set!!! (En gelukkig zijn ze op enige moment niet allemaal tegelijk actief)

Alles wat we doen komt daaruit voort. Ofwel, mijn behoeften zetten mij aan tot actie omdat ik een of meer van mijn, universeel menselijke, behoeften wil vervullen. In die zin vormen onze behoeften de motor van ons leven.
Teruggrijpend op de uitspraken van Rosenberg: Bijdragen aan het welzijn van onszelf en anderen én spiritualiteit en liefde maken onderdeel uit van die behoeften lijst.

Eckhardt Tolle beschrijft in zijn boek: “De kracht van het nu” hoe we er een aantal mythes op na houden, waaronder:

  1. Wij zijn volkomen afgesneden van elkaar, de natuur, de kosmos.
  2. De stoffelijke wereld is alles wat er is.

In het woord spiritualiteit zit het woord spirit, geest. En ik heb geleerd dat geesten niet bestaan! Inderdaad niet in de vorm van spoken, wel in de vorm van iets onzichtbaars, iets ongrijpbaars, iets dat onze vijf zintuigen te boven gaat. In 1982 werd er al door wetenschappers bewezen dat twee kwantumdeeltjes, nadat ze tot op grote afstand van elkaar gescheiden werden toch met elkaar verbonden bleven. Uit hoeveel ontelbare kwantumdeeltjes bestaan wij mensen? Hoe werkt intuïtie? Wat maakt dat mijn gedachten niet zichtbaar zijn?
Het is onze spirituele verbondenheid die daar voor mij antwoord op geeft.

De spirituele verbondenheid, en dat waarin we óók hetzelfde zijn, zit voor mij vooral het besef dat we allen ten diepste uit dezelfde, voor sommige mensen goddelijke, liefdesenergie voortkomen. Zoals o.a. in de Bijbel te lezen valt: ‘We zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis’ en ook in vele, zo niet alle, religieuze boeken valt te lezen dat wij allen ‘kinderen’ van God zijn.

Het is daarom voor mij van zo’n groot belang te beseffen dat diep daar vanbinnen, onder alle trucjes van mijn zelfgecreëerde ik, van mijn persoonlijkheid, een kern van die liefdesenergie te vinden is. Met andere woorden; Ik heb een persoonlijkheid en ten diepste ben ik iets anders. In mijn handelen en doen, als trainer, als coach, als therapeut, als echtgenoot, als vader, kan ik in dat besef er iedere keer er opnieuw voor kiezen de bril van de liefde op te zetten en zo naar de ander, naar de wereld te kijken. En vandaaruit te handelen. Te doen. Bij te dragen aan het welzijn van niet mijzelf alleen doch ook het welzijn van de anderen. Dichtbij en veraf. Vanuit mijn autonomie, mijn onvervreemdbaar recht om te allen tijde een eigen keuze te hebben. Om mijn spiritualiteit in daden om te zetten en bij te dragen aan het invullen van mijn behoeften én tegelijk aan die van jou.

 

Jan van Koert