Charlotte Keijzer (1948) werkte en werkt in de rechtspraak, als rechter, leidinggevende, verandermanager en organisatie-adviseur. Thans rechter in de rechtbank Utrecht.
Haar passie: op zoek naar de bezieling van mensen en samen met hen uitvinden hoe die energie tot iets nieuws, als het kan iets groots, kan leiden. 

Wat was in jouw leven aanleiding om je te gaan verdiepen in het gedachtegoed van Marshall Rosenberg (MR)?
Nu ik die vraag zo krijg komt terug dat dat eigenlijk een leuk verhaal is. Ik was, ik geloof in 2001, in China om een seminar te geven aan Chinese rechters. Ik was daar samen met twee Nederlandse hoogleraren, een van hen was Alex Brenninkmeijer, nu de nationale ombudsman. We zaten in een taxibusje in Peking. We waren net op een markt geweest en daar bleek dat Alex een geweldig plezier had in afdingen. Hij had voor mij twee keer iets gekocht wat ik graag wilde hebben. Zelf vond ik dat afdingen afschuwelijk. Zo kwam het gesprek op communicatie en hij vertelde over Geweldloos Communiceren en MR. Naar aanleiding  daarvan heb ik het boek Non Violent Communication gekocht. Veel later kwam ik, via een vriend, in contact met Jan van Koert en ben ik er daadwerkelijk iets mee gaan doen. Het lag bij wijze van spreken al die jaren te sudderen tot dat dat een keer zou gebeuren.

Wat raakte jou daarin en wat maakte dat je ermee bezig bent gebleven?
Wat me raakte had te maken met dat onderwerp, afdingen. Ik weet het niet precies meer, maar het verhaal van Alex kwam erop neer dat hij in dat proces van afdingen inspeelde op wat voor de verkoper belangrijk is. Een spel met belangen en waarden, met twee winnaars. Waar ik het zag als een onaangename confrontatie van tegengestelde belangen, die botst met mijn verlangen naar gelijkwaardigheid en vrede, met tenminste één verliezer. Dat triggerde mij, en nog steeds, omdat ik in de grond altijd uit ben op harmonie, maar daarbij mezelf nogal eens verloochen. Dat zit zo diep dat ik vaak niet eens in de gaten heb dat ik mezelf verloochen, mijn behoeften negeer dus. VC openbaarde zich als een prachtig instrument om in harmonie te zijn zonder aan mijn eigen behoeften voorbij te gaan. Daarvoor is dan eerst nodig dat ik in contact kom met die behoeften. Dat is voor mij het lastigste deel van het proces.

Hoe is dit merkbaar in je dagelijkse omgang met mensen?
Ik weet van mezelf dat ik de reflex van achter de woorden kijken, wat zijn de behoeften van de ander, en bewust zijn van mijn eigen behoeften, nog niet heb. Die reflex, dat is waar ik naar streef. Ik vergeet het vaak, of weet er de woorden zo snel niet voor te vinden, of durf het eenvoudig niet. Tja, zo is het. De keren dat het wel lukt zie ik wel wat er dan gebeurt: het gesprek krijgt meteen verdieping en opent zich, de verbinding wordt bijna tastbaar. Daar word ik dan enorm enthousiast en blij van.
Gevoelens benoemen doe ik wel, en ik ervaar dat dat verbinding geeft, maar ik gebruik daarmee maar een deel van het arsenaal van VC.

Waar loop/liep je tegenaan? Hoe ben je daar mee omgegaan?
Wat bij mij vooral speelt zijn oordelen en boosheid. Ik voel een nogal sterke drive om bepaalde toestanden te helpen verbeteren. Boosheid over hoe de werkelijkheid in elkaar zit is daar een soort motor van. Die boosheid leidt tot oordelen over mensen en dingen en dat geeft veel energie. Die energie heeft in mijn leven tot goede dingen geleid, maar ik merk ook dat ik, door de oordelen die ik heb, nogal eens de cruciale verbinding mis, of kwijt raak. Bij tijd en wijle denk ik dat ik aardig gevorderd ben met het loskomen van oordelen, maar dan loop ik weer tegen situaties aan waarin blijkt dat ze er nog volop zijn en behoorlijk vast kunnen zitten. Ik ervaar het als een leerproces om te ontdekken dat die boosheid niet nodig is, dat geduldig verbinding maken meer effect heeft, en mijzelf ook nog eens veel meer rust en zelfvertrouwen geeft.

MR zegt dat alles wat de moeite waard is om gedaan te worden ook de moeite waard is om krakkemikkig gedaan te worden. Wat betekent deze uitspraak voor jou persoonlijk?
Nou ja, aansluitend op het voorgaande: die uitspraak steunt me bij het moedig blijven oefenen en helpt om geduld te hebben en mezelf empathie te geven.

Wat zou jij de lezers willen vertellen over VC?
Ik beschouw VC als een vriend. Een vriend die je helpt je hart open te houden, wat er ook gebeurt. Niet dat me dat makkelijk afgaat. Onder allerlei omstandigheden poppen reflexen van boosheid, verzet, angst, weer op. Deze vriend daagt mij uit om daar, telkens weer, geen genoegen mee te nemen en te blijven oefenen. Liefdevol te zijn naar anderen, hun uitingen te doorvoelen en tegelijk te laten waar ze horen: bij hem of haar. Mijn eigen behoeften te onderkennen en in liefdevolle overeenstemming daarmee te handelen.

Welke vraag zou je nog willen krijgen waardoor jij dit interview als waardevol ervaart? 
Heb ik een tijdje over nagedacht. Misschien de vraag of ik nog andere doelen heb met VC dan in het dagelijks leven beter verbinding te maken. Ja, die heb ik. Ik werk in de rechtspraak en merk dat de manier waarop die functioneert mensen veelal uit elkaar drijft, in plaats van bij elkaar brengt. Toegegeven, het toepassen van juridische modellen is soms echt nodig om in vastgelopen situaties een knoop door te hakken, om de maatschappij te beschermen tegen herhaalde inbreuken enzovoort. Maar in heel veel gevallen is het middel eigenlijk erger dan de kwaal.  Ik wil met VC bijdragen aan nieuwe ontwikkelingen op dat gebied, zoeken naar vormen van rechtsherstel die verbinden in plaats van scheiden, waar dat ook maar mogelijk is. Dialoog, waarin de nadruk ligt op gelijkwaardigheid van de gesprekspartners én VC, waarin je mensen uitnodigt om zich werkelijk uit te spreken, vormen in mijn ogen de sleutel tot die nieuwe benaderingen.

Ik voel mij werkelijk bevoorrecht om zo aan mijn diepste drijfveer, een bijdrage te leveren aan gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid, invulling te kunnen geven.

Interview door Inde van Erven